5. jun, 2016

Tekst

Meneer T., oud reclame man, mevrouw Grumpy en ik (Ziggo) zitten bij elkaar.
“Gezellig!” zoals mevrouw Grumpy zegt.

“Zeg,” zegt meneer T. terwijl hij mij wat moeilijk aankijkt. “ik ben je naam vergeten, maar zoals ik al eerder zei ik kan er helaas niets aan doen. De laatste jaren heb ik meer last van mijn geheugen en hoor ook slecht.”

Ik besluit voor nu geen poging meer te doen om mijn naam te zeggen.

“Hoe oud bent u eigenlijk meneer T.?” vraag ik.
Na een bepaalde leeftijd vind ik het ook moeilijk om in te schatten.

“Ik ben 93 jaar,” zegt meneer T. breed glimlachend van trots. “nee, zeg maar niets, niemand denkt dat ik al zo oud ben als ze mij zien."
“Meneer T.”, roep ik verbaasd uit, “ik dacht dat u 70 jaar was!”
Meneer T. lacht genoeglijk. “Nee, zoals ik al zei, iedereen schat mij veel jonger in.”

Mevrouw Grumpy zegt dat wij naar beneden moeten gaan om te gaan kijken wat er is gebeurd.

“Wat zegt ze?” vraagt meneer T. aan mij met een nieuwsgierige blik.
“Mevrouw Grumpy zegt dat zij dacht dat u 60 jaar oud bent, meneer T.” zeg ik.
De heer T., duidelijk in zijn nopjes, glimlacht van oor tot oor alsof hij vandaag jarig is.

“Meneer T., als u 93 jaar oud bent, dan krijgt u over 7 jaar de burgemeester op bezoek. Geeft u dan een feest?”
“Jazeker. Ik geef een groot feest.” zegt meneer T.
“Mag ik dan ook komen?” vraag ik.
“Ja, natuurlijk ben jij uitgenodigd. Bij deze. En ZIJ mag ook komen.” zegt meneer T. met zijn wijsvinger priemend vooruit op korte afstand van het gezicht van mevrouw Grumpy. Het is maar goed dat mevrouw Grumpy een goede dag heeft vandaag.

“Maar tegenwoordig heeft het veel minder schwung dan voorheen. Vroeger liep de hele straat uit en stond het in de krant. Nu komt niet eens meer de burgemeester langs, maar iemand anders.” vertelt meneer T. teleurgesteld over het vooruitzicht.
“De locoburgemeester?” vraag ik.
“Locoburgemeester? Wat is dat? Wat een mooi woord. Jij hebt zeker Nederlands gestudeerd dat je zulke mooie woorden kent.” zegt meneer T. bewonderend.

Dan komt de verpleegkundige aanlopen, er is net een wisseling van de middag- en avonddienst.

“Zo, jij ziet er spic en span uit.” zegt meneer T. terwijl hij de verpleegkundige van top tot teen bekijkt. De verpleegkundige begint licht te blozen.
“Ik zie er namelijk zelf ook altijd spic en span uit.” zegt meneer T. terwijl hij zijn rolstoel ronddraait.

“U ziet er zeker spic en span uit, meneer T.” zeg ik.

Meneer T. houdt zijn rolstoel stil en kijkt mijn aan.
“Spic en Span? Wat is dat?”