7. aug, 2016

Tekst

De ogen van de dappere kleine vrouw dwalen af. 
Zij kijken niet naar mij, maar naar meneer T. die aan tafel zit met stapeltjes kranten om hem heen. Een deel van de kranten ligt op tafel. Een deel van de kranten op zijn schoot. Een deel van de kranten heeft meneer T. op de grond gegooid. 



"Ik wil graag de krant lezen." zegt de kleine dappere vrouw. 
"Geen probleem hoor," zeg ik. "ik zal een stuk krant voor u pakken." 
Ik buig mij naast meneer T. en pak een stuk krant van de vloer. 
"Hé! Wat doe jij nu?" zegt meneer T. 

Verbaasd kijk ik naar meneer T. Ik vergeet soms dat hij niet blind is, alleen stokdoof, maar ook soms alles goed in de gaten heeft. 

"Mensen denken tegenwoordig, dat overal waar zij met hun handen bij kunnen, dat zij daar recht op hebben en alles zomaar kunnen pakken. Nou mevrouw, zo werkt het niet hoor."

Ik voel mij beschaamd. Meer T. heeft gelijk. 
"Sorry meneer T. U heeft helemaal gelijk. Zal ik u de krant teruggeven?" 

"Ik wil verder ook geen stennis maken,"glimlacht meer T. vriendelijk. "het gaat mij niet om je excuses. Het gaat mij er om dat je begrijpt waarom. Maar de krant mag je wel hebben hoor."